Ik zit op een vrijdagavond in mijn piepkleine appartementje samen met mijn geliefde kat te staren naar mijn computerscherm. Ik zie enkel en alleen het witte scherm van word waarop al maanden geen woorden meer verschenen zijn. Mijn vingers weigerde de woorden in mijn hoofd op het toetsenbord in te tikken, verstijfd van angst stonden ze urenlang verkrampt op de toetsen, zonder er een in te durven tikken. Tijdens de leegte op het scherm kwam ik erachter, dat je in tijden van verliefdheid niets meer dan een dwaas bent. Nu lijken mijn vingers bezeten om mijn verhaal te vertellen en tikken als een razende de woorden op het beeldscherm. Ik moet denken aan die mooie dag in juni vorig jaar. De dag dat ik jou ontmoette.
Ik stond te dansen op dance-muziek midden in het park tussen duizenden anderen mensen die de eerdere regen getrotseerd hadden. Jij kwam naar me toe gelopen en keek me aan met een blik alsof ik een prijs was die je op kwam halen. Je liep als een overwinnaar naar me toe, blakend van het zelfvertrouwen, opgewonden en vol van geluk. Je riep “Popje,Popje” en ik keek omhoog in jouw stralende blauwe ogen. Nog nooit eerder had ik je gezien en jij mij ook niet, maar dat weerhield me niet om direct voor je te vallen. Ik voelde de adrenaline en de noradrenaline door mijn bloed stromen, van mijn hersenen naar mijn hart omlaag naar mijn tenen. Op het moment dat jij je voorstelde en je me naar je toe trok om me 3 kussen te geven, voelde ik mijn hele lichaam tintelen van opwinding.
Beide stonden we versteld van de impact de we op elkaar hadden, en we begrepen niet dat we elkaar nooit eerder ontmoet hadden. Je babbelde er vrolijk op los terwijl ik mijn ogen niet van je af kon houden. Ik liep als een krolse poes om je heen te draaien en keerde onbewust regelmatig mijn kont naar je toe. Iets wat poezen ook dan als ze een leuke kater hebben gespot waarmee ze willen paren.
Uiteindelijk begon ik mezelf een tikkeltje te schamen vanwege mijn eigen plotse verliefdheid, die van mijn gezicht af te lezen moest zijn. Ik wilde niet dat jij nu al doorhad dat je me inderdaad voor je gewonnen had vanaf het moment dat je aan kwam lopen. Ik gunde je dat genoegen niet gelijk de eerste avond. Om die reden liep ik van je weg en beloofde je op te zoeken die avond. Ik draaide me nog een keer geheel om en keek weer in de meest stralende blauwe ogen die ik ooit gezien had.
Toen ik weg liep wist ik dat het vergeefs was en jij al lang door had dat ik direct verliefd op je was geworden, maar het kon me niets schelen. Ik verdween de mensenmassa in en maakte tussen alle vreemde een intens vreugdedansje. Ik wist dat ik de man van mijn dromen had ontmoet.
Ik besloot je niet op te zoeken die avond, maar om je de volgende dag een berichtje te sturen. Het leek me zinloos om in het feestgedruis op zoek te gaan naar jou, bovendien wilde ik het gevoel van intense verliefdheid nog even voor mezelf houden.
Het was dwaas van mij om te denken dat het geluk dat ik die dag in jou gevonden had, voor eeuwig zou duren. Vandaag kan ik me nauwelijks meer voorstellen dat ik wekenlang in die veronderstelling leefde, er is inmiddels veel te veel gebeurd om nog in die prille verliefdheids illusie te geloven. De tijd die voorbij is gegaan heeft mijn liefde voor jou enkel onbegrijpelijker gemaakt, zoals tijd wel vaker doet in tegenstelling tot wat men over tijd zegt. Tijd maakt dingen niet begrijpelijker, het roept alleen de juiste vragen op en heelt de open wonden langzaam, al kan ik nog nauwelijks geloven dat mijn hart geheeld zou kunnen worden.
Je moet lid zijn van Cafe de Liefde om reacties te kunnen toevoegen!
Wordt lid van Cafe de Liefde