Naar aanleiding van het TV-programma Café de Liefde interviewt Ilse van der Velden van de VPRO-gids mensen van naam, in wier werk de liefde een grote rol speelt. De interviews zijn op deze site in zijn geheel na te lezen.
‘Liefde in het grotere verband van mijn werk als theoloog is iets anders dan persoonlijke liefde. In dat grotere verband zou ik het eerder solidariteit noemen. Solidariteit met de ander. “Heb je naaste lief” betekent niet dat je hem moet omarmen, maar dat je hem recht moet doen. De ander geven, wat je zelf ook wilt hebben. Die opvatting speelt in mijn leven en werk een grote rol. Ik probeer dat op allerlei manieren, ja, zingbaar te maken, door de bijbelse traditie te vertalen in hedendaagse (lied)teksten.
Toen ik begon, vijftig jaar geleden, ging het in de theologie alleen over de liefde tot God. De herontdekking van het bijbelse denken, waarin “heb je naaste lief” het centrale thema is, leidde in het naoorlogse Nederland tot nieuwe inzichten en een andere theologische benadering. Mij heeft het geleerd dat het gaat om solidariteit en ontferming. Dat is “godsdienst”. Dat was een grote schok, die ontdekking, want zo zat het kerkelijk denken helemaal niet in elkaar. Ik koester het idee dat het niet gaat om het hiernamaals maar om een betere wereld, nu en in de toekomst. Daar gaat de Bijbel over.

Maar deze interpretatie strookt nauwelijks met de traditionele kerkleer, en Rome wijst hem dan ook af. Er zijn ook maar weinig theologen die het kunnen uitdragen, want als ze zich daarin profileren zijn ze hun baan niet zeker. Zo heeft de nieuwe aartsbisschop van Utrecht, Eijk, nog voor zijn aantreden begin dit jaar namens de Nederlandse bisschoppen een rondje gemaakt langs de katholieke theologische faculteiten, en een aantal mensen op straat gezet.’
Hardvochtig
‘De opvatting dat het hele verhaal over God niks is zonder solidariteit, is in wezen politiek en leidt tot bepaalde politieke keuzes. Linkse keuzes. De Duitse theoloog Paul Tillich noemde het socialisme een “tegenbeweging van de liefde”. Hij aarzelde niet om dat grote woord zo neer te zetten.
“Heb lief de vreemdeling”, zoals het in de Bijbel heet, betekent dat je hem voedsel en kleding moet geven. En niet dat je hem moet opsluiten in “detentiecentra” zoals wij hier in Nederland doen. Wij leven in een meedogenloze, hardvochtige wereld. In Nederland gebeuren de ergste dingen: schendingen van mensenrechten, van kinderrechten. De manier waarop vluchtelingen worden behandeld is verschrikkelijk. Die overvolle detentieboten voor asielzoekers, waar achter prikkeldraad en in kooien honderden mensen meer zaten opgesloten dan de bedoeling was. Ze worden afgetuigd, dat is het. Prikkeldraad, kooien – de manier waarop wij hier omgaan met onze vreemdelingen doet me denken aan hoe we in de jaren ’30 omgingen met Joodse vluchtelingen uit Duitsland.
Ook nu staan liefde en solidariteit onder zware druk. De hele manier waarop we omgaan met minderbedeelden, met welvaart, het integratiebeleid: het verslechtert. Dat wordt mede veroorzaakt door het nieuwe primaat van het economisch denken. Er is sprake van een soort vergoddelijking: economisch gewin en vooruitgang zijn heilig en staan buiten discussie. Dat is een verschrikkelijke ontwikkeling. De Amerikaanse neoliberale econoom Friedman is daarvan een van de architecten. Hij zei: het eerste wat we moeten afschaffen is het altruïsme. Een mens leeft voor zichzelf, klaar. Het is merkwaardig hoe dat in Nederland nauwelijks beseft wordt. De manier waarop er hier over politiek geschreven wordt gaat er helemaal vanuit dat het neoliberalisme een verworvenheid is.
Wat dat betreft is er nog zo verschrikkelijk veel te doen; een mens moet honderdendrie worden.’
Trouw
‘Op persoonlijk vlak zijn er vele soorten liefde. Hartstocht, maar ook hoofsheid. Tact is liefde. Geduld is liefde. Ruimte geven, tijd laten: het is allemaal liefde. Liefde moet je leren. En een relatie ook. En dan is het celibaat geen goede leerschool, kan ik u zeggen.
Je hebt verschillende mensen op verschillende wijze lief. En liefde voor je kinderen is weer iets anders. Maar er is één woord dat bij alle hoedanigheden van de liefde hoort: trouw. Als er liefde in het spel is heb je de plicht tot trouw. Ook als de liefde overgaat. ¬ ’t Is een beetje streng gezegd, maar goed. Het is zoals bij een boek dat gelezen is: je hebt het uit, maar er is toch, voor zover mogelijk, een plicht elkaar trouw te blijven. Om wat er is geweest. Iemand met wie je echt hebt geleefd verdwijnt nooit meer uit je hart en je hoofd.
Mijn eerste verliefdheid herinner ik me nog heel goed, maar het werd niets. Het water was veel te diep. “Er waren twee koningskinderen, die hadden elkander zo lief…” Ik was twaalf, dertien jaar: ik had verliefdheden, dromen, maar hoe het moest wist ik niet. Daar schreef ik gedichten over. Ach, toen ik vijf was, was ik al verliefd. Op een jonge vrouw die bij ons over de vloer kwam. Die had ogen waar je nooit meer afkomt.’
Celibaat
‘Toen ik achttien was en intrad heb ik afstand gedaan van seks en erotiek, hoewel dat nog geen rol speelde in mijn leven toen. Ik dacht dat ik bestemd was voor een ander leven, waarin dat niet zou zijn. Maar dat viel me minder zwaar dan afstand doen van de hoop ooit zelf kinderen te krijgen. In 1967, ik was drie jaar priester, heb ik een moment gehad. Ik voelde dat het celibaat niet goed voor me was, me geestelijk zou aantasten. Ik wou een beetje een gewoon mens worden eigenlijk.
Je hebt een intuïtie, van of het kan of niet en je wéét: ja of nee. Maar ook als het “ja” is in de liefde is het niet makkelijk. Ik ben een zwaartiller. Dat zware in me heb ik altijd gevreesd. Van kinds af heb ik het gevoel gehad dat ik te moeilijk ben voor anderen, te ingewikkeld. Ik vraag een soort evidentie, een onmiddellijkheid, een transparantie die er niet altijd is. Dat moet groeien, in een relatie, dat kost tijd. Wat ik hoop, is dat het met de tijd steeds eenvoudiger wordt. “Je gaat door de nacht” zoals het Hooglied zegt. Dat is de structuur van ieder zelfonderzoek en van iedere grote liefde. En dan is het er ineens en gaat het vanzelf. Grote liefde lukt zomaar.’
Over Huub Oosterhuis
Huub Oosterhuis (1933) is priester, theoloog en dichter. Hij is vooral bekend van zijn Nederlandstalige liederen en gebeden, die een alternatief bieden voor de traditionele liturgie. Oosterhuis is sinds 1960 betrokken bij de Amsterdamse studentenekklesia. Hij is oprichter van De Balie en mede-oprichter van De Rode Hoed. Ook is hij hoofdredacteur van het tijdschrift Roodkoper. Oosterhuis werd in 1994 geridderd in de Orde van Oranje Nassau. In 1998 kreeg hij de Zilveren Medaille van de Stad Amsterdam; in 2002 een eredoctoraat in de theologie van de VU. In het verkiezingsjaar 2006 was Oosterhuis lijstduwer voor de SP. Dit jaar verscheen Wie bestaat (poëzie) en Requiem, een lied op dood en leven.
Door Ilse van der Velden
Je moet lid zijn van Cafe de Liefde om reacties te kunnen toevoegen!
Join Cafe de Liefde