Cafe de Liefde

Naar aanleiding van het TV-programma Café de Liefde interviewt Ilse van der Velden van de VPRO-gids mensen van naam, in wier werk de liefde een grote rol speelt. De interviews zijn op deze site in zijn geheel na te lezen.

‘De vraag wat liefde is probeer ik te beantwoorden in mijn gedichten. In mijn tweede bundel Koffers zeelucht heb ik geprobeerd te onderzoeken wat liefde is door er steeds vanuit een ander perspectief over te schrijven. Alsof je er naar kijkt door een kaleidoscoop: ieder gedicht is een andere blik op de liefde. Want liefde is niet statisch, het verandert steeds. Je hebt het verlangen voordat het er eigenlijk is, en het verdriet als het weer afgelopen is. In zekere zin is het schrijven een substituut voor de liefde. Ik denk dat mensen daarom ook gedichten lezen, om die gevoelens dichterbij te brengen.

Ook al heeft mijn nieuwe werk een heel ander thema, toch merk ik dat er naar neig telkens op de liefde terug te grijpen. Omdat het zo’n heftig gevoel is. Ik moet nu denken aan Hugo Claus – ik heb het geluk gehad hem te hebben gekend, en eens heb ik hem zijn grootste gedicht zien voordragen, getiteld Nu nog. Dat is práchtig om naar te luisteren, totaal overdonderend. Dat gevoel heb je niet als het gaat over, ik noem maar wat, een tractor, of de politiek. Iedereen herkent liefde, iedereen heeft het. Ik probeer in mijn werk de herkenning aan te spreken bij de lezer. Maar het moet niet té vanzelfsprekend zijn want wordt het cliché. Het moet nieuw licht werpen op een gevoel dat iedereen kent.

Hagar Peeters, Foto: Karoly Effenberger


Ik heb zó veel over de liefde geschreven dat ik nu eigenlijk een expert zou moeten zijn. Vroeger dacht ik: als ik er veel mee bezig ben in het schrijven, dan overvalt de liefde mij niet meer. Dan krijg ik vast nooit meer liefdesverdriet. Ik dacht dat ik ervaring kon opdoen in de liefde door erover te schrijven. Maar toen het uitging met een geliefde, merkte ik dat dat helemaal niet zo was. Dat vond ik oneerlijk.’

Pluis
‘In het begin schreef ik heel ironisch over de liefde. Het is natuurlijk een heel zoetsappig onderwerp en als dichter moet je daar tegenwicht aan bieden vind ik. Alleen maar verheerlijken is niet zo interessant. Maar uiteindelijk wil je niet ironisch over de liefde blíjven. Ik dacht dat er geen andere manier zou zijn maar mijn toon is toch veranderd. Als dichter moet ik er trouwens ook voor uitkijken, dat ik niet ga geloven in wat ik zelf schrijft: dat liefde niet bestaat. Ik ben geneigd om als ik schrijf de zwarte kant van de dingen op te zoeken.

Het is niet zo dat ik liefdesgedichten schrijf als ik verliefd bent – júist niet. Ik heb afstand nodig. Ik schrijf vanuit een herinnering of observaties. Ik schreef er eigenlijk al heel vroeg over, ook toen ik zelf nog nauwelijks liefdeservaringen had. Dat kwam doordat ik heel goed naar mijn ouders had gekeken; hun relatie (ze zijn gescheiden) had sowieso een diepe impact op mij en op hoe ik naar de wereld keek. Het heeft me altijd gefascineerd hoe mensen met elkaar omgaan, waarom ze doen zoals ze doen en waarom sommige dingen onbereikbaar zijn.

Mijn allereerste liefde was mijn moeder, die me alleen heeft opgevoed. Als je heel klein bent is je moeder toch meestal heel lief voor je – later komen pas de conflicten en de problemen. Ik herinner me mijn jeugd en haar liefde als een warme, tedere wereld. Een andere vroege maar grote liefde was Pluis, mijn knuffel. Ik heb hem nog. Hij heeft alle verhuizingen overleefd en is altijd bij me gebleven. Hij ligt nu in de la waar de kinderkleertjes klaar liggen voor als mijn baby wordt geboren deze maand. Maar misschien houd ik hem toch voor mezelf.

Mijn eigen ervaringen hebben me steeds cynischer gemaakt. Ik weet niet of ik nog wel geloof in eeuwige liefde. Niet als het betekent eeuwig op iemand blijven wachten, zonder dat het wat wordt. Een onbereikbare liefde blijven koesteren lijkt me vreselijk. Ik heb het van nabij meegemaakt. Het is heel veilig, zo’n onbereikbare eeuwige liefde want je hoeft nooit meer risico’s te nemen met iets nieuws. Het is een valkuil, zo’n soort liefde. Het is heel romantisch. Als ik mezelf niet corrigeer ben ik ook wel het type dat daar in kan zwelgen. Maar uiteindelijk heb je jezelf er mee, en de ander krijg je er niet mee. Dus ik geloof wel dat de mens in staat is tot eeuwige liefde, maar ik geloof niet dat het zo goed is, eigenlijk. Ik geloof ook niet dat passie eeuwig kan zijn. Liefde op het eerste gezicht is ook zo’n mythe. Het is iets dat mensen zichzelf aanpraten. Ik geloof dat je iemand heel lekker vind op het eerste gezicht. Maar liefde?’

Mantel der liefde
‘Mijn vrees in de liefde is dat die ander minder van jou houdt dan jij van hem. Of verliefd wordt op een ander. Dat heb je niet in hand. Dat heb je opeens maar te accepteren. Het is juist zo spannend aan de liefde dat die ander jou helemaal uit zichzelf zo geweldig vind. Doordat het oncontroleerbaar is, is het zo leuk. Als dat niet zo zou zijn is het meteen een stuk minder. Maar tegelijk is het ook heel eng. Je kunt er helemaal niets aan doen, je hebt er gen invloed op. Noodlot, dat is het.

Kleine ergernissen bedek ik met de mantel der liefde. Ik ben geneigd ergerlijk gedrag te rationaliseren of te rechtvaardigen. Gevaarlijk; als ik echt verliefd ben verdraag ik veel te veel. Ik ben er in de loop van de tijd gelukkig wel harder in geworden. Ik verdraag steeds minder, haha. Toen ik nog pril was gaf ik iemand steeds weer een kans. Nu moet het van twee kanten komen, anders hoeft het voor mij niet. Misschien is het al helemaal niet goed als je überhaupt moet verdragen in de liefde. Want liefde hoort iets te zijn waaronder geen van beiden lijdt maar waarin je elkaar juist opheft. Het moet niet ten koste gaan van jezelf.

Inmiddels weet ik dat ik mijn eigen ruimte nodig heb. Om rustig te kunnen schrijven. Dat los ik op door niet samen te wonen. Hoe dat dan straks moet als de baby er is, zie ik dan wel weer. Ik ben geloof ik helaas niet zo heel tolerant. Maar misschien verandert dat als ik eenmaal een kind heb. Dan moet je wel.

Mijn ideaal is een heel hechte, betekenisvolle intieme verbintenis met een ander aan te gaan. Op allerlei manieren eigenlijk. Ik geloof wel dat er heel veel in mensen zit. En dat er meer van wat er in je zit in een relatie uit komt, dan als je alleen bent. Dat je bij elkaar de bron aanspreekt. Dat samen grootser is dan twee individuen. Ja, ik geloof dat dat bestaat. En als je dan vraagt of dát eeuwige liefde is… Als dat zou duren tot aan de dood – ja, ik acht het mogelijk.’

Over Hagar Peeters
Hagar Peeters (Amsterdam, 1972) debuteerde in 1999 met de bundel Genoeg gedicht over de liefde vandaag, die werd genomineerd voor de NPS-Cultuurprijs. In 2003 verscheen Koffers zeelucht, dat bekroond werd met de J.C. Bloemprijs voor beste tweede poëziebundel en de Jo Peters Poëzieprijs 2004. Als onderdeel van deze prijs verscheen in beperkte oplage de bundel Nachtzwemmen. In 2005 schreef ze het Dodenherdenkingsgedicht, ‘Twee minuten’. In september verschijnt haar nieuwste bundel Loper van licht.

Steekwoorden: gids, hagar peeters, interview, vpro, vpro gids

Opmerking

Je moet lid zijn van Cafe de Liefde om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Cafe de Liefde

© 2010   Gemaakt door VPRO Digitaal

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden

Inloggen bij chat