Naar aanleiding van het TV-programma Café de Liefde interviewt de VPRO-gids een aantal bekende Nederlanders over de liefde. De interviews zijn op deze site in zijn geheel na te lezen.
‘Wat liefde is – ik heb geen idee. Ik ben zestig, en ik heb geen idee. Je weet het als het er is, en je weet het als het afneemt. Maar hoe het nu zou moeten – ik heb geen idee. Op het ogenblik voel ik alleen genegenheid, grote genegenheid, lotsverbondenheid voor een aantal mensen. Maar mijn stiefzoontje… Mijn ex-geliefde kreeg een zoontje en ik voed dat nu met haar op. Hem heb ik dermate lief, zijn existentie is voor mij pure vreugde. Dat gevoel bestaat eruit dat ik hem voor alles wil beschermen – ik moet daar natuurlijk voor oppassen, uit opvoedkundig oogpunt gezien. En dat ik hem wil strelen, kussen, zoals je dat ook hebt met volwassen geliefden.

Mijn laatste boek Over de liefde was een verschrikkelijk moeilijk boek, omdat ik de gevoelens die ik er in beschrijf ook beleefde. Ik had dus geen afstand. En ik was doodsbang dat het larmoyant zou worden. Vandaar dat ik er die gemelijke toon, die humor in heb gebracht. Het werd extra lastig toen ik bij vrienden op vakantie was op Tenerife en de nieuwe liefde van mijn ex, degene voor wie zij mij had verlaten, in het ziekenhuis belandde en overleed. Ik stond stijf van de stress, ik wist niet wat ik moest doen. Wist niet of ik dat boek überhaupt nog wel kon afmaken. Ik ben er veel langer mee bezig geweest dan de dikte doet vermoeden. Ik dacht: ik mag geen fóut maken. Ik moet precíes de juiste toon treffen. Want er waren ook anderen bij betrokken. Het duurde heel lang voor dat lukte.’
Vrolijke depressie
‘De ontvangst van het boek is me totaal niet tegengevallen. Ik was er wel bang voor dat de levens van mijn ex en haar geliefde op straat zouden komen te liggen. Maar alle recensies waren heel lovend en jubelend en maar één keer zijn de werkelijke namen in een artikel genoemd, maar dat gebeurde heel keurig en paste in het stuk.
Over de liefde gaat over liefdesverdriet. Ik beschrijf het als een vrolijke depressie. Want dat is het natuurlijk: een depressie. Een gevoel van waardeloosheid, omdat je aan de kant bent gezet. Voor een ander, nota bene. Ik heb de pijn van de scheiding beschreven met gemelijke humor, met krachtige zelfspot en ook met spot naar anderen toe. Want de lezer heeft eigenlijk helemaal geen zin in een depressie. Pip, de hoofdpersoon, moest een leuke vrouw zijn. Geestig, en sympathiek.
Verlaten worden is in de liefde mijn diepste angst. Niet dat ik er tijdens mijn relaties dag en nacht mee bezig ben. Maar als de ander weggaat, ga je trillend door het levend. Verlaten worden is de kern van liefdesverdriet. Het is de verlatingsangst zoals we die allemaal wel kennen uit de psychologie, de oeroude angst van het kind dat zijn moeder kwijtraakt. Of zijn vader. Die vader is weg, en dat is voor een kind altijd de schuld van het kind zelf: wat heeft het dan verkeerd gedaan? Dan gaat zo’n peutertje z’n eigen gedrag onder de loep leggen om schuld te vinden. Dat wil je een kind niet aandoen.’
Duizelingwekkend
‘Vertrouwen en veiligheid zijn belangrijk in de liefde. Verrassing ook. Dat je elke keer weer denkt: wat een leuk iemand. Iemand moet ook mooi voor je blijven, z’n best doen voor je in uiterlijkheden. En van alle dingen ben je het liefst samen met je geliefde. En daar streef je naar.
Dat je de gedeeltes van je ziel waarin het rommelig is kunt voorleggen aan de ander, is buitengewoon belangrijk. Anders is het eenzaam, hoor. Want veel groter dan de eenzaamheid van iemand die single is, is de eenzaamheid in een relatie als je niet met iemand kunt praten. Dat is existentieel.
De ander hoeft niet z’n hele innerlijk bloot te geven. Ik vind het goed als de ander het geheim van z’n ziel bewaart. Dat doe ik zelf ook.
Mijn eerste liefde was toen ik twaalf was. Het staat in het boek beschreven; het was een lerares. Het was allesomvattend. Ik wist niet dat het je zo wijd maakte. En dat het tegelijk een geheim was, dat alleen jij mocht weten. Ik wist niet wat me overkwam. En dat is eigenlijk zo gebleven bij de drie volgende liefdes in mijn leven. Verliefdheid maakt dat de wereld veel mooiere kleuren krijgt. Het is echt een bewustzijnsverruiming – of -vernauwing, dat weet ik niet precies. Een duizelingwekkend gevoel van schoonheid.
Het is de eerste blik die er toe doet. Het is een seconde, en het is er meteen. Ik geloof dat elke liefde zo begint. De ogen zijn van alle zintuigen de eerst aangesprokenen en de andere zintuigen groeien. De tastbaarheid van iemands huid, hoe iemand ruikt. Maar de blik, daar begint het mee. Het is ook een heel groot gevaar, verliefd worden, want je weet nog niks na die eerste blik. Je weet totaal niet wat voor vlees je in de kuip hebt.’
Tot aan de dood
‘Jaloers ben ik eigenlijk niet. Alleen op het moment dat de ander een verhouding heeft, ja dan wel. Maar normaal gesproken niet. Ik zie ook nooit iets. Ik vermoed nooit iets. Ik houd het niet voor mogelijk. In de twee gevallen dat het mij is overkomen, dat mijn geliefde een ander had, was de eerste van wie ik dat hoorde altijd mijn geliefde zelf. Aan vrienden heb je niet zoveel op zo’n moment. Die zitten in zo’n moeilijke positie. Eerlijkheid is voor mensen zó moeilijk. En ik houd ook niet van alles altijd in alle eerlijkheid zeggen, nee vreselijk. Je bent eerlijk tot op zekere hoogte, in die mate wat iemand die je kent verdraagt.
Wat ik hoop in de liefde, is eeuwigdurendheid. Tot aan de dood. Het is absoluut romantisch maar het is een soort koppigheid van mij om er in te blijven geloven. Als ik liefheb, is het voor altijd. Met een ander gevoel kun je er niet eens aan beginnen. Je kan toch niet zeggen ik vind deze vrouw zó leuk, tien jaar dat zal wel gaan. Jaaaa… dan ben ik verlamd. Ik geloof wel dat elke liefde een eeuwigdurend merkteken achterlaat. Ik geloof ook niet in contact houden met ex-geliefden. Daar ben ik heel erg tegen. Omdat verlaten, of verlaten worden, zo’n ernstige aantasting is van het eigene dat je daarna nooit meer open met elkaar kunt spreken. Met mijn laatste ex is dat anders, omdat wij samen een zoontje hebben op te voeden. Het is dus noodzaak. Maar het is ook heel leuk, heel prettig. Ja, het is goed.’
Over Doeschka Meijsing
Doeschka Meijsing (1947) is schrijfster. Dit jaar verscheen haar roman Over de liefde, gebaseerd op haar verbroken relatie met journaliste Xandra Schutte. Meijsing debuteerde in 1974 met De hanen en andere verhalen. In 1980 verscheen Tijger! Tijger!, bekroond met de Multatuliprijs. Haar roman De tweede man (2000) werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. In 2005 verscheen Moord en doodslag, dat ze schreef samen met haar broer Geerten.
Door Ilse van der Velden
Je moet lid zijn van Cafe de Liefde om reacties te kunnen toevoegen!
Wordt lid van Cafe de Liefde