Naar aanleiding van het TV-programma Café de Liefde interviewt Ilse van der Velden van de VPRO-gids mensen van naam, in wier werk de liefde een grote rol speelt. De interviews zijn op deze site in zijn geheel na te lezen.
‘Dat het ons allen treft, dat maakt de liefde zo’n fascinerend onderwerp. Het speelt in bijna ieder leven een rol, en als het geen rol speelt dan zou je willen dat het wel zo was.
In de liefde is er niet maar één manier. Het is een uitproberen, en steeds opnieuw proberen. Het is zo’n gezwoeg, zo’n gestuntel vaak. Het is maar zo zelden dat het echt samenvalt. Dat langs elkaar heen schaven en schuren, dat is boeiend en ik voel daarin een soort mededogen voor mensen. Bernlef, die onlangs tachtig werd, zei laatst in een interview: geluk overkomt je. En dat kan net zo goed hier gebeuren, daar hoef je niet voor op vakantie naar een paradijselijk oord. Het dagelijks leven, daar gaat het om. Daarin schuilt het geluk. Dan stopt die auto weer voor de deur voor de honderdduizendste keer, en daar ís die man weer die je tot in zijn poriën kent en wat kun je daar ineens blij van worden.

Dat zijn de momenten die er toe doen. Ik schrijf al jaren alleen maar over de liefde. Het is zo gegroeid; ik had een paar boeken geschreven over dat thema en werd toen door de Volkskrant gevraagd voor een interviewrubriek. Ze wilden ‘iets over de liefde’. Dat werd de rubriek ‘Van twee kanten’, waarin gewone mensen vertellen over hun relatie, ieder vanuit hun eigen perspectief. Het bleek een gouden formule. Er kwamen vanaf het begin veel reacties en dat is nooit meer opgehouden. De rubriek loopt nu drie jaar en we gaan nog door tot het eind van de zomer. Ik wil stoppen op het hoogtepunt.’
Fietsband
‘Wat ik van al die gesprekken met mensen heb geleerd, is dat het in de liefde vooral gaat om de kleine dingen. De romantiek van verre reizen en kaarslicht waarover zo vaak gesproken en geschreven wordt, speelt in veel relaties helemaal geen rol. Totaal niet, zelfs.
Iedereen wil gezien worden in zijn behoeften, maar dat speelt zich in de praktijk vooral af op het niveau van die fietsband, die tot haar verrassing ineens geplakt is als ze naar haar werk gaat. Dat hij dat heeft opgemerkt en voor haar heeft gefikst. Dat zijn de gelukkige momenten, die zitten in dat soort praktische dingen. Niet in dat weekendje samen weg.
Wat me ook telkens weer frappeert, is dat mensen naast elkaar kunnen leven zonder dat ze weten wat er precies in de ander omgaat. Soms blijkt dat ze zó verschillend zijn dat je je afvraagt hoe ze überhaupt als stel kunnen functioneren. En toch gaat het goed. Dat is haast aangrijpend.
Het is ook een persoonlijke fascinatie: het gaat altijd over die twee mensen, maar het gaat ook over jezelf.
In mijn jeugd was ik altijd heftig verliefd. En verliefdheden konden jaren duren. Zonder dat ze ooit werden gepraktiseerd, overigens. Pas op mijn zeventiende veranderde dat. De eerste heeft meteen een paar jaar geduurd. Ik heb in mijn leven altijd grote, langdurige verbintenissen. One night stands, daar ben ik veel te preuts voor. Ik kan alleen bloot als ik vreselijk verliefd ben.’
Anderhalf uur
‘Mijn eerste liefde was een lange domineeszoon van bijna twee meter. Het was vooral dat hij een kratje bier op me gewed had. Ik had heel lang blond haar en hoefde verder toch niets te doen voor aandacht. Zo dacht ik toen. Ik heb nog wel eens plotselinge verliefdheden; vaak door het werk. Als je interviewt, dan kom je zo dichtbij. Dan wil ik nog wel eens anderhalf uur verliefd zijn. Je gaat in zo’n gesprek van nul tot enorme hoogte. Dat is er ook zo leuk aan.
Vroeger geloofde ik wel in eeuwige liefde, maar intussen geloof ik dat je daar niet meer in kán geloven. Niet meer als je 47 bent. En onvoorwaardelijke liefde – ach. Elke liefde is voorwaardelijk, alleen de liefde voor je kind niet.
De dood is denk ik het enige dat ik vrees in de liefde. Dat komt omdat ik met een oudere man ben, Rogier (Proper, red.). De kans dat hij eerder gaat dan ik is reëel. Verder vrees ik niet zoveel. Niet om in de steek gelaten te worden, omdat ik weet dat zonder hem alles ook wel doorgaat. Niet het overspel; naarmate je ouder wordt raak je die angst kwijt. Je weet wat je zelf waard bent. Het is natuurlijk wat anders wanneer het om een jarenlange verhouding gaat. Maar overspel op zich, nee. Het is eigenlijk veel raarder dat het twintig jaar lang niet gebeurt dan wanneer het wel gebeurt. Het is haast onschuldig vind ik; de onschuld zit in het woord besloten.’
Vuilniszakken
Ik ben geloof ik niet bepaald erg verdraagzaam in de liefde. Snel boos en geïrriteerd. Als je een man hebt, wil je hem graag boetseren. Dat merk ik ook bij mijn interviews, veel mensen hebben die neiging. Willen een ideaalbeeld creëren. En de heel grote les die je leert in de liefde is dat je dat niet moet proberen. Zelf heb ik het in momenten van grote stress, dat ik vind dat alles even gaan moet zoals ík dat wil. Maar zolang je probeert dat niet te doen, heb je een veel leukere liefde. In tijden van lekker ontspannen samenzijn merk je hoe prettig het is om iemand gewoon helemaal zijn gang te laten gaan. En je niet voortdurend verantwoordelijk te voelen voor iemand anders.
Het gedoe van samen een huishouden voeren vind ik wel een aanslag op de liefde. Je begint met z’n tweeën, en dan ineens heb je een gezin met kinderen en gaat het vaak alleen nog maar om hoe lang het restje kaas in de koelkast daar nu al staat en of de vuilniszakken wel buiten zijn gezet. Na tien jaar zonder kinderen is dat wel even slikken. Er zijn mensen die daarin een reden zien om uit elkaar te gaan. Maar die mensen baseren een goed huwelijk op romantiek.
Je hebt twee soorten huwelijk: gebaseerd op romantiek, op je in elkaar vinden op elk niveau, en je hebt praktische huwelijken, van twee mensen die samen goed als team kunnen functioneren en die goed zijn in het als een team draaiend houden van een gezin. En als je kinderen krijgt dan is dat laatste toch wel erg belangrijk. Ik ben van de romantiek, en doe het praktische zo goed en zo kwaad als het gaat erbij.
Ach, uiteindelijk komt het erop neer dat je maar wat aanmoddert. Je doet maar wat. Je leert het ook niet van je ouders, want die hadden een huwelijk in een heel andere tijd en daar was misschien ook van alles mis mee. Dus je moet het maar uitzoeken. Liefde is een doe-het-zelfpakket. De een lijmt de verbindingen netjes aan elkaar en timmert iets wat een leven lang houdt. De ander maakt er een bouwvallig rommeltje van dat bij de geringste schok uit elkaar lazert. Van tevoren weet je nooit tot welke categorie je behoort. Dat maakt het in de liefde zo opwindend.’
Over Corine Koole
Corine Koole (1961) is journalist en schrijfster. De interviews voor haar rubriek ‘Twee kanten’ in Volkskrant Magazine zijn gebundeld in respectievelijk Ik wil jou, Nederlanders over hun grote liefde en Hij|Zij en de liefde. Koole is tevens auteur van de verhalenbundel Betty’s billen en van De verwachting, een als novelle genoteerd verslag van een zwangerschap. In 2007 verscheen Wat blijft is liefde, het op ware gebeurtenissen gebaseerde verhaal over de liefde en de zelfgekozen dood van een correspondente in Rome.
Door: Ilse van der Velden
Je moet lid zijn van Cafe de Liefde om reacties te kunnen toevoegen!
Wordt lid van Cafe de Liefde